Afbeelding

Aan de praat met die plaat

Het formuleren van de strategie van ROC Rivor was in het verleden een proces dat eens in de vier jaar plaatsvond. Het strategisch plan, inclusief missie, visie en doelstellingen, was veelal het resultaat van de managementmeerdaagse “op de hei”. Een korte ronde door het ROC met een nog kortere toelichting van de te behalen prestaties (KPI’s) rondde dit proces af. Voor vier jaar werd hier dan strak op gestuurd. De realiteit was echter, en is, dat het veelal te dikke strategisch plan in de la verdween, iedereen door ging met waar zij of hij mee bezig was en voor de vorm rapporteerde op de KPI’s. Op deze wijze hielden we het systeem in stand.

Jammer
Erg jammer om drie redenen:

  • De werkelijkheid en waarop gestuurd wordt, lopen steeds verder uiteen.
  • De denkkracht en creativiteit van de eigen professionals wordt niet of nauwelijks benut.
  • De omgeving verandert steeds sneller, dat vraagt om een veel flexibeler en kort cyclisch proces.

Koers bepalen
Een koers bepalen zou eigenlijk veel beter passen, die beschrijft immers een richting die wordt ingeslagen. Geen vaststaand eindpunt in de toekomst, geen stip op de horizon. Misschien is strategieformulering wel nostalgie aan het worden, wie zal het zeggen?

Schot in de roos
Afgelopen jaar hebben we dat proces binnen ROC Rivor anders aangepakt. Veel mensen binnen en buiten ROC Rivor hebben bij de start van het proces input geleverd die mede bepalend is geworden voor een prachtig eindresultaat. Het Koersplan in de vorm van een klein handzaam boekje met de titel “Samen op weg” is dan ook een schot in de roos.

Kleur bekennen
Veel ingebrachte ideeën, suggesties en gedachten pasten echter niet in zo’n boekje. Na diverse pogingen om tot een ordening van het materiaal te komen is een prachtige praatplaat ontwikkeld. Deze bevat de belangrijkste gemeenschappelijke onderwerpen en geeft aan al die aparte, bijzondere en specifieke zaken een plek. Daarin is het voor iedereen en elke doelgroep mogelijk eigen verbindingen te maken tussen de verschillende elementen op basis van eigen overwegingen en gedachtegangen. Iedereen mag dus “kleur bekennen”. Het geeft de mogelijkheid om een praatje te maken over het plaatje, onverwachte combinaties te maken en samen te zoeken naar antwoorden op vragen naar de verbinding tussen arbeidsmarkt en onderwijs. Zo geven we met elkaar richting aan de koers en passen deze waar nodig – tussentijds – aan.

Praatje maken
Heb je ook zin om een praatje te maken over ons prachtige mbo-onderwijs? Zorg dan dat je erbij bent en bekijk nu Het Koersplan en de video met toelichting op de praatplaat.

We zijn erg benieuwd naar je reactie!

Aside

Een brug heeft twee oevers nodig

Afgelopen januari verscheen het boek “Samenscholing geboden. Innovatieve visies op onderwijs en arbeidsmarkt”. Een initiatief van Provincie Gelderland, Oost NL, de gezamenlijke mbo’s en de Open Innovation Academy. Het is een praktisch visieboek over onderwijs, arbeidsmarkt en de koppeling daartussen. Het biedt een scala aan invalshoeken vanuit visionairs en experts. In totaal werkten hier 45 mensen aan mee. Ook Cees Brouwer werd voor het boek geïnterviewd. Dit artikel werd naar aanleiding van het interview in het boek geplaatst.


Als voorzitter van het college van bestuur van ROC Rivor is Cees Brouwer een groot voorvechter van vernieuwing van onderwijs. In zijn rol als bestuurder legt hij veel verbindingen om te komen tot samenwerking en actie. Zijn doctoraatsonderzoek heeft veel impact gehad op zijn manier van kijken naar management, interactie en co-creatie.

“Ik zit regelmatig aan bestuurlijke tafels te praten over de onderwijs- en arbeidsmarkt. De dominantie – het denken in dezelfde patronen – heeft de neiging om zichzelf in stand te houden. Ik mis hierbij de aansluiting met de snelle veranderingen in de dagelijkse praktijk. Men zegt van mij dat ik ‘niet-cultuur-bevestigend’ ben en mij niet aan de systeemafspraken houd. Sinds mijn onderzoek realiseer ik me dat ik andere uitgangspunten gebruik en daarmee – inderdaad – in een heel ándere cultuur zit. In mijn bestuurdersrol is het zaak de afstand tussen deze werelden te overbruggen. Een brug heeft altijd de houvast van twee oevers nodig. Om de werelden echt te verbinden moet je vaak, heel vaak oversteken, de praktijk het onderwijs in brengen en omgekeerd. De boodschap moet aan de andere oever gehoord (willen) worden, anders is de dominantie gedoemd het lot van de uitstervende dinosaurus te volgen. Tot die categorie wil en hoeft het mbo natuurlijk niet te behoren, alhoewel ik nu te vaak wel dat gevoel krijg.”

Chef vogel
“Mijn promotieonderzoek richtte zich op de chaos- en complexiteitstheorie, toegepast op management. Bekende natuurkundige wetmatigheden pasten wij in onze onderzoeksgroep toe op organisaties. Wij weten veel van ordening van moleculen, maar hoe werkt dat bij een  zwerm vogels? Zit er structuur in de chaos, die wij niet snappen? Er is geen ‘chef vogel’, geen organisatiestructuur, maar hoe werkt dat dan? Waarom tekenen wij ‘harkjes’ van onze organisaties en doen alsof dat de organisatie is? In het wetenschappelijk verleden (Kant versus Descartes en eerder Aristoteles tegenover Plato) is er met de verklaring van veel natuurkundige verschijnselen een sterke voorkeur gekomen voor het rationaliseren van zaken in de maatschappij.”

Vakkenvullen
“De dominantie van die rationaliteit is er ook in het onderwijs. Als collegelid bij de Open Universiteit (OU) stelde ik mezelf de vraag: ‘Hoe kun je nu leidinggeven aan de OU – waar mensen een tweede kans tot leren krijgen – terwijl dat bekostigd wordt zoals het initieel onderwijs?’ Hoe kun je leren en werken en gezinsleven nu combineren op dezelfde manier als wanneer je voltijds met een studie bezig kunt zijn als je jong bent? Voor ons was ‘Leven Lang Leren’ het leren – met modulair onderwijs – in je eigen tijd en tempo. Je mocht daar bij wijze van spreken tien jaar over doen. Maar we werden gemeten zoals het initieel onderwijs waar je nominaal in drie of vier jaar over een studie doet, en daaraan gekoppeld de financiering. Het diplomarendement en de verblijfsduur werden de dominante rationele ‘dashboard’ parameters waarop de OU beoordeeld werd. Weg bij de bedoeling dat mensen zichzelf, passend bij hun situatie, ontwikkelen en eigenlijk losgeslagen van het oorspronkelijke basisprincipe. Dat lijkt meer op vakkenvullen, spreadsheetmanagement, dan op het ontwikkelen van menselijk talent.”

Productieband
“Dat eenzijdig sturen bestaat nog steeds, ook vanuit het Ministerie, ook voor het MBO én het Leven Lang Ontwikkelen. Als je geen diplomarendement van x% hebt, dan doe je iets niet goed, ongeacht de kwaliteit van de groep studenten die binnenkomt, ongeacht de kennis uit de vooropleiding of de sociale context waarin veel jongelui zich (onvrijwillig) bevinden. Ieder jaar komen er een paar honderd nieuwe studenten binnen, ieder jaar dus andere. Hoe kun je nu afspraken maken over hun slagingspercentage? Wat als je een slechte lichting hebt, of een goede? Vergelijk het met de gemiddelde behandelduur van patiënten. Voor elke patiënt staat 9,8 behandelingen (op zich al bijzonder, want hoe doe je een 0,8 behandeling?), omdat dat het gemiddelde is van 100.000 patiënten. Maar hoeveel zitten er precies óp het gemiddelde? Inderdaad, bijna niemand. Laat de professional bepalen wat nodig is. Ben je met 8 behandelingen klaar? Prima! Moeten het er 16 zijn? Ook goed! Waarom statistieken? Maak het (weer) menselijk. Waarom van onderwijs een leerlingen-productieband maken? ROC Rivor beproeft blended maatwerkprogramma’s met ‘eigen tijd-eigen tempo’, met een veel hoger slagingspercentage (en ja; minder bekostiging).”

Met stip
“Ik hoor managers vaak zeggen: ‘We zetten een stip op de horizon en daar werken we naartoe’. Raar eigenlijk, want ‘hoeveel mensen passen er op die stip?’ Misschien op elkaars schouders met twee of drie, maar met 300 werkt dat niet. Geef een richting aan, een gebied op de horizon, maar laat mensen de manier kiezen die hen het beste past. Mensen willen best veranderen, maar niet veranderd worden. De dingen die we meemaken kunnen we namelijk alleen maar projecteren op wat we zelf weten. Onze uitgangspunten, waarden en beliefs bepalen hoe we interacteren. En in die interactie leren we betekenis geven aan wat er gebeurt en dat bepaalt ons volgend handelen.”

Uniciteit
“Eén van de belangrijkere functies van het onderwijs is: jezelf mogen worden. Met de consequentie dat anderen om je heen dat óók mogen. We moeten veel meer rekening houden met pluriformiteit, dat mensen kleur mogen bekennen en mogen worden wie ze zijn. In een ogenschijnlijke chaos van kleuren zit de harmonie en (altijd vaste!) ordening van de regenboog. Zo schikken ze zich naar elkaar. Een andere functie van het onderwijs is socialisatie. We zeggen nu in het onderwijs: ‘jij moet dit en jij moet dat en rekenen veel op individuele prestatie af’. Daarna gaan ze de maatschappij in en moeten ze opeens gaan samenwerken. Maar niemand heeft op z’n diploma ‘samenwerken’ staan. En waarom geven we geen les in luisteren?”

Frontaal
“Onze medewerkers, onze studenten en onze bedrijfsmedewerkers zijn eigenlijk ‘docerenden, lerenden en werkenden’ tegelijk, soms in de ene rol, soms de andere. De wereld komt de school binnen, maar ook de mens. In een leerwerkomgeving komen zij bij elkaar, op school, of op een bedrijfslocatie. Alleen ‘frontaal lesgeven’ is niet meer van deze tijd. De 21e-eeuwse vaardigheden zijn ongelukkig hyperig gekozen, de vaardigheden zijn eeuwenoud. De echte handicap is de technologie (iPads en telefoons) die in de communicatie zit. Overigens is de snelle ontwikkeling van technologie de identiteitscrisis voor veel mensen van hogere leeftijd. ‘Moet ik nu met een appje geld overmaken? Kan ik niet meer naar de balie van de bank?’ Moet je nagaan, dan ben je 80 geworden en raak je uitgesloten van de wereld om je heen. Als wij als regionaal opleidingscentrum fungeren, hoe kun je dan in Den Haag bedenken, dat we er alleen maar voor 16- tot 21-jarigen zijn? Wij kunnen, nee moeten er voor iedereen zijn!”

Volgerschap
“In ons management gaan we er nog van uit dat als de leider iets roept, dat mensen dat ook gaan doen. In een modern jasje heet dat participerend leiderschap, mooier nog dienend leiderschap, maar leiderschap zal ‘t wezen. En passend in het dominante paradigma van het systeemdenken. Maar leiderschap is iets wat je gegund wordt en het is pas relevant wanneer er gevólgd wordt. Hier past toch enige nederigheid. Waarom niet spreken over volgerschap? En van de partij zijn in wederzijdse interacties. Dat klinkt dubbelop, maar dat is het niet. In de interactie krijg je je rol op basis van je bijdrage, je toegevoegde waarde (niet je functie), ongeacht wie er tegenover je zit.

In het mbo leer je uit de praktijk, niet uit heel dikke boeken. Een prachtig voorbeeld is het middeleeuwse ‘meester-gezel’-model. Hoe leren wij het beste? Deels door samen te doen, deels uit een boekje en deels door af te kijken! En passen we dat toe bij een examen? Nee niet echt; als je afkijkt dan word je eruit gestuurd!

Scenario-schrijven
“Wij maken in het onderwijs strategieplannen voor vier jaar en daar houden we ons aan, anders wordt er ‘afgerekend’. Kijk nu eens vier jaar terug: banenstops en geen stageplaatsen tijdens een kredietcrisis en sinds twee jaar een enorme hausse in de vraag omdat de economie aantrekt. Geen woord, laat staan een scenario, in het strategieplan, maar ‘We gaan ons er wel aan houden, hè?’ Waarom moet zo’n strak, rationeel plan voorschrijven hoe professionals zich moeten gedragen? Een richting en een koers meegeven is prima. Het draait om kwalitatief goed onderwijs, met aandacht voor de ambitie van de deelnemer. Wat we gaan doen en waartoe, dat moet passen op twee A4-tjes. Als dat niet lukt, dan is er iets grondig mis.”

Excelleren op alle niveaus
“Het algemene idee van opleiden is: iemand komt binnen met kennis, kunde en capaciteit en als hij of zij weggaat, dan hebben we daar méér van gemaakt. Ook op niveau 1 en 2 kun je excelleren, maar dit past niet in het competitieve systeemdenken. Geen onderscheid en klasse-justitie: een excellentieprogramma is voor alle niveaus. Dat krijgen we in het Haagse denken niet voor elkaar. Hoezo kan er maar één de beste zijn? Dan organiseer je toch meerdere competities? Geef individueel aandacht aan iemands ambitie. Om die reden zijn (en blijven) wij een klein instituut met een persoonlijke aanpak. Lekker dicht bij de bedoeling van onderwijs blijven: eruit halen wat er in zit, een leven lang!”

Ondernemend onderwijs ten behoeve van vakmanschap in Rivierenland

Deze week ontving ik de resultaten van een onderzoek over “de toekomst van vakmanschap”, uitgevoerd door M. Buisman en R. van der Velden (2017). In het document worden grofweg twee dimensies onderscheiden: ‘specialistische versus bredere’ en ‘routinematige versus complexere’ vormen van vakmanschap.

In het onderzoek is vakmanschap opgedeeld in drie gebieden:
1. Kennis die bij het beroep hoort (materialen, technieken en context);
2. Persoonsgebonden kenmerken (b.v. vermogen tot aanpassing, klantgerichtheid, ondernemerschap);
3.Kenmerken die aan de sector zijn gebonden.

Meer werkgelegenheid in het mbo
Een opmerkelijk resultaat uit het onderzoek is dat in de afgelopen twee decennia de werkgelegenheid voor alle mbo-beroepen is toegenomen. Specialistisch opgeleide vakmensen hebben de beste baankansen (relatief veel werkzekerheid) en aantrekkelijk werk. Een goede aansluiting tussen de mbo-opleiding en het werkveld loont. De vraag naar zowel breed opgeleide als specialistische mensen zal de komende jaren alleen maar toenemen. Bovendien zijn specialisten van cruciaal belang voor het meeveranderen van het vak en het creëren van nieuwe banen. Op de vraag hoe om te gaan met een snel veranderende omgeving kwam duidelijk naar voren dat algemene vaardigheden van belang zijn, zoals taal en rekenen, maar ook probleemoplossend vermogen, zelfstandigheid, werken in teamverband en ondernemerschap.

Generiek of specialistisch opleiden
In eerste instantie leek mij dit goed nieuws. Echter, de oplossingsrichting heeft toch wel een aantal bedenkelijke kanten. Eén van de uitgangspunten is dat je al deze aspecten in een opleiding moet stoppen, waardoor er spanning ontstaat op het invullen van de beschikbare tijd. Moet je nu generiek of meer specialistisch opleiden? Een ander uitgangspunt is dat er een goede balans moet zijn tussen kennis verwerven en ervaring opdoen, immers het mbo moet wel leveren aan de arbeidsmarkt. En een laatste, toch wel bijzonder, uitgangspunt is dat dat allemaal in initieel leren, het liefst ook in een nominale tijd zou moeten gebeuren.

Door aan het bestaande systeem, initieel leren, vast te houden en eigenlijk weinig of geen aandacht te besteden aan leren nadat je ´van school af bent’, ontstaat er een ongemakkelijke situatie, die veronderstelt dat je zou moeten kiezen tussen het een of het ander.

Flexibel onderwijs
Het rapport eindigt met de vraag om nieuwe vormen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Jammer, want er zou zo maar een hoofdstuk aan toegevoegd kunnen worden met tal van voorbeelden, waarbij momenten van het volgen van onderwijs flexibeler aansluit bij de persoonlijke ontwikkeling van mensen als ze dat nodig hebben. En dat kan op school of daarna gecombineerd met gezin en/of werk. Dat vraagt om ondernemerschap in het onderwijs zelf én de mogelijkheid om dat ondernemend handelen ook de ruimte te geven.

Investeren in ondernemend gedrag
In Rivierenland zijn diverse initiatieven, die invulling geven aan het leven lang ontwikkelen. Zo is er het project “Ondernemend Rivierenland” waarin geïnvesteerd wordt in ondernemend gedrag en ondernemerschap. In elk beroep zijn dit noodzakelijke ingrediënten voor groei en innovatie in een samenleving (M. van Praag, Ondernemerschap en Onderwijs, 2016). Lerenden en werkenden moeten creatief blijven om nieuwe waarde te creëren. Zij zijn in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor de investeringen in hun eigen loopbaan. Dit betekent naast investeringen in expertise voor specifieke taken ook investeringen in ondernemende vaardigheden, ondernemerschap en samenwerking in nieuwe contexten om nieuwe taken te realiseren (Voor de Zekerheid, WRR, februari 2017).

Breder opgeleid op niveau 2
Een ander initiatief is het project ‘Mbo 2 brede dienstverlening’, waar mensen niet opgeleid worden in één specifiek domein, maar veel breder waardoor hun inzet op veel meer terreinen mogelijk is. Simpel gezegd: bedden opmaken kun je in een hotel, maar ook in een ziekenhuis. En zo zijn er veel meer taakaspecten die op meerdere plaatsen kunnen worden ingezet.

Veel mogelijkheden
Het bijzondere van deze initiatieven is dat zij zich niet beperken tot een jeugdige leeftijdsgroep en helemaal niet tot alleen initieel onderwijs. Door het onderwijs in kleinere eenheden (modules) aan te bieden, is het mogelijk tot een aanbod te komen dat meer is toegesneden op de vragende partij, of deze nu initieel leert en/of werkt. Door de plaats van leren niet te beperken tot de school, maar liever de regio tot school te verheffen, blijken er tal van mogelijkheden te zijn om onderwijs en praktijk bij elkaar te brengen.

Door niet meer in het systeem van initieel leren te denken ontstaan er tal van mogelijkheden om leren en werken te combineren in een andere doorlooptijd. Natuurlijk is er dan nog steeds een startniveau, zodat je in het bedrijfsleven aan de slag kunt. Maar waarom zou je direct moeten doorleren of als je werkt niet meer parallel (permanent) kunnen leren? En als al die veranderingen om ons heen gebeuren, waarom zou je dan stoppen met leren, zeker als dat laagdrempelig wordt aangeboden en ook nog eens passend gemaakt kan worden met je baan en/of gezin?

De eerste initiatieven zijn veelbelovend. Daarbij is niet zozeer de vraag wat de toekomst is van vakmanschap, maar meer; durven onderwijs en bedrijfsleven ondernemend te zijn in nieuwe vormen van samenwerking!

Afbeelding

Talent in Rivierenland

Onlangs ontving ik een bericht met daarbij foto’s van het Talent Event Rivierenland 2017, dat op 13 april bij ROC Rivor in huis werd georganiseerd. De aanleiding: een volop bewegende arbeidsmarkt in Rivierenland. Het idee: breng vraag en aanbod van werk bij elkaar en faciliteer allerlei mogelijke ontmoetingen om talent te matchen. Zo komen werkgevers die talent zoeken in contact met studenten, schoolverlaters werkzoekenden en werknemers met elkaar in contact.  En wat begon als een interessant idee groeide al snel – op een zeer positieve manier – uit de hand. Meer dan 60 werkgevers presenteerden zich met een stand, er waren speeddate mogelijkheden en workshops op het gebied van presentatie en persoonlijke ontwikkeling. Ruim 650 bezoekers bezochten het event, legden contacten, maakten kennis met interessante werkgevers en in sommige gevallen werd de match al die middag gemaakt.

Logo Talent Event RivierenlandEen Talent Event, ontmoetingen met talenten, het past één op één bij de visie die het ROC heeft: aandacht voor jouw ambitie. Immers, in iedere bezoeker, student, schoolverlater, werkende of werkzoekende, schuilt talent. Het is echter de kunst om oog te krijgen c.q. te hebben voor wat iemands hart sneller laten kloppen, waar de echte passie ligt en daarmee haar/zijn talent.

Mensen kunnen excelleren op allerlei gebieden: van sport tot wetenschap, van dansen tot gamen, enzovoorts. Ongeacht het gebied is het van belang meer focus te krijgen op wat je boeit. Dat begint bij je eigen motivatie als drijvende kracht om ergens aan te beginnen en het omgaan met uitdagingen in de overtuiging (nieuwe) taken onder de knie te krijgen. De hoeveelheid tijd die in een oefening (training) wordt besteed en de kwaliteit van de oefening zijn in hoge mate bepalend voor het uiteindelijke niveau dat je kunt bereiken. Om ergens heel erg goed in te worden, of dat nu wiskunde, Frans, schaken, dansen, vioolspelen of voetballen is, moet je zo’n 10.000 uur trainen. Talent is dus wel een voorwaarde, maar geen garantie voor succes. Zonder uitzondering zijn topmusici, topsporters, topwetenschappers enz. mensen die duizenden uren hebben getraind om hun talent te ontwikkelen en te onderhouden. Talentontwikkeling is dus ook gewoon hard werken!

Vaak wordt gedacht dat topprestaties uitsluitend een persoonlijke verdienste zijn. Niets is minder waar: veel is afhankelijk van wat je aan steun krijgt van je omgeving, ouders, docenten, vrienden, (toekomstige) collega’s, die mede tijd investeren in jouw talent. Zij spelen een belangrijke bij het scheppen van een veilige omgeving, hard werken en het stimuleren van doorzettingsvermogen.

En dat geldt niet alleen voor een schoolomgeving, zoals bij het ROC, maar dat geldt in even sterke mate voor de bedrijven waar talent d.m.v. een leven lang ontwikkelen kan worden ondersteund. En daarom is een Talent Event in Rivierenland zo van belang: het is een ideale plek dat potentieel talent stimuleert elkaar te ontmoeten. Het is een prima plek om tegen elkaar te zeggen: wij hebben aandacht voor elkaars ambitie, en daarmee wordt het event een plek van verbinding en samenwerking.

De prachtige risico’s van onderwijs

Op donderdag 2 februari rijd ik vol verwachting naar het regiokantoor van Rabobank West Betuwe in Geldermalsen. Vier van onze studenten (Commercieel medewerker, niveau 3) gaan daar de bevindingen presenteren van hun onderzoek naar hoe jongeren bankieren. Bij aankomst word ik naar een mooie, grote vergaderzaal gebracht. De studenten hebben zich geïnstalleerd, alle spullen staan klaar en ze kunnen dus al hun aandacht geven aan het ontvangen van de toehoorders. Dat is een mooi publiek: een aantal managers en medewerkers van de bank, de docent en begeleider van ROC Rivor. Er is een gezonde spanning voelbaar. Bij de studenten; want deze presentatie is toch wat anders dan in een schoolomgeving voor je klasgenoten staan. Maar ook bij het publiek; wat mogen wij verwachten?

Na een korte voorstelronde en een toelichting op de taakverdeling gaat de presentatie van start. Al snel is niets meer te merken van de eerdere spanning. De kennis en ervaring die de studenten tijdens het onderzoek hebben opgedaan, komen prima tot hun recht in de gepresenteerde slides. Maar liefst 500 respondenten uit de beoogde doelgroep hebben input gegeven. In het onderzoek is gebruik gemaakt van Facebook en van de app Kahoot, waarmee de jongeren op hun smartphone ‘spelend’ hun antwoorden hebben gegeven. Antwoorden op actuele vragen als: Hoe bankieren jongeren? Wat vinden ze belangrijk bij de keuze van een bank? En wanneer switchen ze? Alle antwoorden worden met onderzoeksdata toegelicht. De vragen die bij de toehoorders opborrelen worden door de studenten adequaat beantwoord en in een levendige discussie komen nog meer -belangrijke- aspecten naar boven.

Ik zit te genieten. Zijn hier echt mbo-studenten aan het werk? Ja, natuurlijk zijn het echt onze ROC Rivor-studenten die daar staan. Maar ik zie ook een prestatie die je met evenveel gemak kunt verbinden aan wat je van een hbo’er kunt verwachten. Het is een voorbeeld van wat er gebeurt als je in een onderwijsomgeving ruimte laat voor de praktijk én je studenten het vertrouwen geeft dat ze zaken op hun manier mogen aanpakken. Daarmee krijgt het begrip “Aandacht voor jouw ambitie” een geweldige inhoud. Bovendien maak je op deze manier van de regio de school, of van de school de regio.

Echter, het mooiste gedeelte komt nog. Bij het presenteren van de aanbevelingen, ontstaat er onder de toehoorders een intensieve uitwisseling van gedachten en ideeën. Ze opperen verschillende manieren waarop de Rabobank acties zou moeten ondernemen richting de bankierende jeugd. Daarop volgt een -in mijn ogen- schitterende reactie, die de volwassenheid van deze studenten typeert. Op zich zijn de door de bankmedewerkers geopperde ideeën ‘Wel leuk’, maar ze passen niet zo bij de beoogde doelgroep, aldus onze studenten. De bedachte hulpmiddelen en kanalen zijn niet die van de jongeren; het zijn oplossingen van een andere, oudere generatie. Op zich niet erg, maar als je voor jongeren iets wilt doen en betekenen, moet je ook naar andere vormen durven kijken, buiten de bekende paden, stellen ze. Voor mij (en ik denk ook voor anderen) voelde het als een wake-up call. Probeer je in die ander te verplaatsen. Wat denkt hij/zij? Wat wordt belangrijk gevonden en hoe kan ik daar gevolg aan geven in de wereld van de ontvanger? Ik realiseerde me dat dit nog niet zo eenvoudig is, want hoe kom je los van je eigen ‘IK- perspectief’ en verplaats je je echt in de ander?

Voor mij was de bijeenkomst een voorbeeld van wat onderwijsfilosoof Gert Biesta ‘Het prachtige risico van onderwijs’ noemt. De presentatie was al een cadeau, maar wat er in het praktijkleren ter plaatse ontstond, was minstens zo belangrijk om onze studenten voor te bereiden op hun deelname aan de maatschappij.

 

Afbeelding

Open Spaces brengen dynamiek in Rivierenland

‘s Morgens vroeg op weg naar het werk. Niemand heeft daarbij de bedoeling om onderweg een file te veroorzaken en toch overkomt het ons met enige regelmaat. Is het niet bijzonder te constateren dat deze door collectief gedrag ontstaat? Wat we van te voren bedenken komt er aan het eind niet uit en wat er gebeurt wordt niet door één partij ‘gemanaged’.

In organisaties is het niet anders. Als individuele professionals zien we de wereld om ons heen veranderen. We zijn ons bewust van de trends die ons werk beïnvloeden en realiseren ons dat we daarin moeten meebewegen. Niemand weet van te voren wat het wordt en óf het wat wordt. Veel dilemma’s en paradoxen lossen we al doende wel op (gebruikmakend van elkaars ervaring). Soms zien we verbazingwekkende acceleraties, soms traagheid en stroperigheid. Ook hier ‘managet’ niet één partij de ontwikkeling, al heeft het daar soms de schijn van. In mijn beleving ligt een belangrijke oorzaak van ‘onvoorspelbare uitkomsten’ in de manier waarop veranderingen worden aangepakt. Te vaak bedenkt een kleine groep mensen (in de top) een nieuwe koers, die door iedereen moet worden gevolgd. In die aanpak wordt weinig tot geen gebruik gemaakt van bestaande kennis in de organisatie.

De afgelopen weken heb ik een aantal voorbeelden gezien hoe het ook kan. Op de Herfstlezing van ROC Rivor konden bezoekers na een korte plenaire inleiding zelf ideeën inbrengen. Maar liefst zeven ideeën werden ingebracht. De initiatiefnemers kregen een flipover ter beschikking, andere deelnemers mochten meedenken over het idee dat hen het meeste aansprak en het vervolgens aanvullen. De geboden ‘Open Space’ hielp de initiatiefnemers hun ideeën vrij naar voren te brengen en in nog geen uur tijd werden deze aangevuld met de ervaring en kennis van anderen.

Nog geen week later vond een werkconferentie voor logistiek plaats. Het doel was de bedrijvigheid en het vestigingsklimaat verder te versterken middels een kwalitatief goede arbeidsmarkt met een goede match van ondernemers, onderwijs en talenten. Ondernemers en vertegenwoordigers van overheid en onderwijs werkten samen aan vier initiatieven en staken hun vinger op om aan een vervolg mee te mogen werken.

In diezelfde week vond in het Toverbaltheater in Druten een grote bijeenkomst plaats waar burgers hun lokale initiatief over leefbaarheid – de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de menselijke behoeften – konden presenteren. Burgers uit dorpen in Rivierenland zijn aan de slag gegaan en hebben de hun geboden ruimte benut voor een diversiteit aan activiteiten.

In alle drie de bijeenkomsten bespeurde ik passie en energie bij de betrokkenen. Binnen globaal aangegeven doelen en slechts enkele randvoorwaarden bleek iedereen bereid om ervaring te delen en kennis in te brengen. Op die manier krijgt de toekomst een onverwachte, breed gedragen invulling. De ideeën en initiatieven zijn continu ‘doorstroomd’ met gebeurtenissen en andere ontwikkelingen die onverwacht nieuwe kansen bieden of obstakels oproepen. Kleine initiatieven kunnen disproportionele gevolgen hebben. Geen gemanaged punt op de horizon, dat is te mechanisch. Nee, meer een gebied op de horizon, waarin iedereen kleur mag bekennen.

Volgens mij willen mensen best veranderen, maar zij willen niet veranderd worden. Waar een Open Space al niet goed voor kan zijn!

Afbeelding

Over vakmanschap gesproken!

Toen ik ruim een jaar geleden mijn kamer als bestuurder in gebruik nam, bleek al snel dat de aanwezige vergadertafel niet genoeg plaats bood aan het voltallige managementteam of alle leden van de Raad van Toezicht. Nogal onhandig, want daardoor moest er noodgedwongen (te) veel een beroep worden gedaan op andere schaarse ruimte in ons gebouw. De kantoormeubelencatalogi bevatten mooie spullen, echter de hoge prijzen stonden mij erg tegen. Onze publieke inkomsten horen immers zoveel als mogelijk bij het onderwijs thuis.

Een tafel als symbool voor Rivierenland
vergadertafel1
In mijn introductieprogramma had ik op diverse plaatsen binnen het ROC vakmensen aan het werk gezien en het idee om de vergadertafel in eigen huis te laten maken was daarom snel geboren. Een techniekdocent kwam al snel met een fraai ontwerp. Geïnspireerd door de rivieren lagen er schetsen voor een ovale tafel waar met gemak twaalf mensen aan konden vergaderen. Het idee kreeg verder vorm: een stalen onderstel waarbij de lastechniek zichtbaar zou blijven, een tafelblad met meerdere uitvoeringen van houtverbindingen en glas als symbool voor Rivierenland. Ik moet eerlijk bekennen dat ik vanaf het eerste moment erg enthousiast was. De schetsen waren vastgelegd in een schetsboek, iedere bezoeker kreeg deze schetsen te zien en natuurlijk een trots verhaal over ‘ons’ vakmanschap.

Ambitieus en uitdagend ontwerp
De tijd vorderde en de uitwerking bleek nog niet zo eenvoudig. Sommige onderdelen van het idee bleken niet haalbaar, zoals het eerste onderstel van staal en de uitwerking met glas. Ook hier kwam het ware vakmanschap naar boven. Met alle beschikbare vakkennis werden nieuwe ontwerpen voorgesteld, een collega ROC werd betrokken voor haar expertise en de juiste materialen werden gekozen.

De ‘rivier’ van glas op de tafel is niet zomaar ontstaan, een aantal keren pakte het verwerkingsproces verkeerd uit. Dat kan omdat er wordt gewerkt met natuurlijke stoffen, die elk hun eigen kenmerken hebben. Dat is uitproberen en met kennis en vooral kunde de goede ervaringen vasthouden. Voor het metalen onderstel gold hetzelfde. Het eerste ontwerp kon het gewicht van het hout en het glas niet dragen. Daarom is een andere constructie ontworpen, waarin het gewicht beter wordt verdeeld. Voor het houten paneel was de materiaal keuze van belang. Het is iepenhout geworden dat met de juiste houtverbindingen zo aan elkaar is verbonden dat een groot ovalen blad ontstaat.

Trots op een unieke prestatie en samenwerking
vergadertafel2
Vlak voor de vakantie was het zover. Met vereende kracht werden het stalen onderstel, de houten delen en het zorgvuldig verpakte glas naar de eerste etage van de Bachstraat gebracht, wat gezien het enorme gewicht nog een heel karwei was. Binnen een dag was alles gemonteerd en afgewerkt. Alle vakdocenten en studenten waren uitgenodigd. Iedereen kon uitleg geven over hun eigen aandeel en het vakmanschap dat daarbij nodig was.  Door samenwerking is een bijzondere ‘Rivierenland’ vergadertafel gemaakt, die laat zien wat vakmanschap betekent en waartoe ‘onze’ collega’s en studenten in staat zijn. Het zal u duidelijk zijn dat ik enorm trots ben op deze unieke prestatie.

Passie en ambitie
Toen ik een studente vroeg waarom zij zich in ‘glas’ was gaan verdiepen, zei ze: “Eerst wilde ik politieagent worden, maar op een reis naar Rome zag ik op de vloer van een plein een mozaïek van een brand geschilderd raam. Ik dacht toen: dat wil ik ook kunnen maken!” En met die passie is ze aan haar studie begonnen en is ze haar droom aan het realiseren. Hoe mooi past dat bij onze aandacht voor jouw ambitie!

Ik nodig je graag uit aan deze tafel om – in de geest van de makers – over jouw (passie voor) vakmanschap te praten en te kijken waar wij het vakmanschap van onze ROC’ers kunnen verbinden met dat van jouw bedrijf, instelling en/ of persoon!

Afbeelding

De ‘stond’ van het onderwijs

In april presenteerde het ministerie van OCW het rapport “de Staat van het Onderwijs”. De belangrijkste conclusie uit het rapport (in elk geval de enige die het nieuws haalde) was, dat de verschillen in kansen voor deelnemers de laatste jaren zijn toegenomen. In hoofdlijnen zijn vijf onderwerpen nader uitgewerkt: het niveau van het onderwijs, onderwijskansen, veiligheid en schoolklimaat, passend onderwijs en sturing op kwaliteit.

staatvanhetonderwijsHoge mate van rationaliteit
Wat direct opvalt, is de hoge mate van rationaliteit van de binnen deze onderwerpen behandelde factoren. Veel statistiek, altijd gebaseerd op gemiddelden voor alle scholen, en nogal gericht op prestatiekenmerken.

Gevaar van deze aanpak
Het gevaar van een dergelijke aanpak is tweeërlei.

Op de eerste plaats zal vrijwel geen enkele school zich herkennen in een landelijk gemiddelde, dus de voor de hand liggende vraag is: Wat is de positie van onze school en wat is een logische lokale vervolgactie?

Op de tweede plaats – veel belangrijker in mijn ogen – is de volstrekte eenzijdige kijk op rationele, functionele aspecten vervat in prestatie-indicatoren. Op geen enkele wijze wordt aandacht geschonken aan sociaal emotionele aspecten en contextfactoren, die in elke vorm van onderwijs orde van de dag zijn. De beleving van de docerende professional, de leerervaringen van deelnemers en andere belangrijke aspecten van onderwijs, zoals het voorbereiden van deelnemers op de maatschappij zijn mede bepalend voor de uitkomst van het onderwijsproces.

Gaat het nog wel over kwaliteit?
Het Nederlandse onderwijsniveau was en is hoog, maar het verschil met andere landen wordt steeds kleiner, vermeldt het rapport. Geen wonder, door het accent alleen te leggen op de prestatie-indicatoren, de rationaliteit van het onderwijs, stuur je de professionals – noodgedwongen – in een bepaalde richting. En – als een logisch gevolg daarvan – ga je, of je wilt of niet, sturen waarop je afgerekend wordt.

Zelfs het hoofdstuk over kwaliteit gaat inhoudelijk niet over kwaliteit! Of, ja toch: “er is weinig verbetering in kwaliteit van de lessen omdat leraren onvoldoende in staat zijn om per leerling de juiste lesstof aan te bieden”. Geen wonder, door alle bureaucratie is de lerares/ leraar meer bezig met administratie en verantwoording dan waar hij/zij voor is opgeleid. En dat terwijl een mogelijke oplossing voor het oprapen ligt.

Gebruik de expertise van de professionals
Geef de professional meer zeggenschap over de inrichting en de kwaliteit van de lesstof en betrek hem/haar bij de organisatie van het onderwijs en de daarmee verbonden processen van (sociale) zorg. Gelukkig maken we daar bij ROC Rivor werk van en gebruiken we de expertise van onze vakbekwame professionals. Maak meer, of moet ik zeggen weer, gebruik van het vakmanschap dat de professional kenmerkt. Daarmee wordt de ‘staat’ van het onderwijs snel de ‘stond’ van het onderwijs. Een ware professional zal mij daarbij niet alleen wijzen op de interessante structuuraspecten (de syntax), maar juist ook op de relevante betekenis (de semantiek) van dit speelse taalgebruik. Kijk, dat is wat ik bedoel met vakmanschap.

En daar waar de professional zich verantwoordelijk weet voor de kwaliteit van het onderwijs, komt het met die prestaties vanzelf goed. Het één is een logisch gevolg van het ander, daar ben ik van overtuigd!

—————————
De Staat van het Onderwijs”, hoofdlijnen uit het Onderwijsjaarverslag 2014/2015, Inspectie van het Onderwijs, Nederland

Afbeelding

Kiezen voor kwaliteit bij ROC Rivor in Regio Rivierenland

ROC Rivor scoort hoog in de zojuist verschenen Keuzegids MBO 2016. In de landelijke lijst van de beste MBO’s bezet ROC Rivor een vijfde plaats, wederom het beste ROC van Gelderland. ROC Rivor kiest al jaren bewust voor kwaliteit van onderwijs. Dat betekent niet alleen het kwalificeren van deelnemers, maar ook het socialiseren en vormen van jonge mensen. ROC Rivor, geen enkel ROC overigens, is geen bedrijf, maar een onderwijsinstelling die gericht is op kwaliteit en niet -in eerste instantie– op kwantiteit.

Onderwijs anno 2016 gaat niet alleen over meten
In zijn boek “Het prachtige risico van onderwijs” houdt Gert Biesta een pleidooi voor dit 9200000036607619[1]-ons soort- onderwijs. Wij kunnen onderwijs niet begrijpen als een hard, productie-achtig proces, maar zoals hij dat noemt als een zwak, existentieel proces, waarin andere aspecten dan prestatie-indicatoren een rol spelen. Onderwijs anno 2016 is –als je niet oppast– vooral een kwestie van presteren geworden, een zaak van toetsen, cijfers, output, van volgen en verantwoorden. Ongeacht de manier waarop “de meettechniek” van vorm zal veranderen, van een geheel transparant, meetbaar en planbaar proces met gewilde en gewenste uitkomsten zal nooit sprake zijn. En dat is maar goed ook!

In ons onderwijs ontwikkelen we de wilskracht en keuzeverantwoordelijkheid van alle deelnemers, zodat ze straks op een verantwoorde manier deel kunnen nemen aan de maatschappij. Wij zijn bezig met mensen die een ambitie hebben. En wij helpen om die ambitie waar te maken. Dat vraagt om docenten én staf die de inhoudelijke richting bepalen én de manier waarop die wordt aangeboden. Dat vraagt om het bieden van een perspectief, dat past bij die ambitie en inhoud, een vrijheid in gebondenheid.

Samenwerking in de regio
Met bestaande en nieuwe partners (en dat zijn bedrijven, instellingen en scholen) bespreken we hoe we regionale speerpunten kunnen oppakken en samenwerking en co-creatie praktisch vorm kunnen geven. Er komen steeds meer vragen uit de regio op ons af om samen te werken. ROC Rivor gaat de praktijk georiënteerde vormen van omgekeerd leren verder uitbouwen, de ondernemerszin van studenten wordt verder gestimuleerd en zij krijgen extra bagage mee voor ondernemerschap, bijvoorbeeld met ontwikkeld materiaal voor projectmatig werken in het kleinbedrijf. Er is geïnvesteerd in Rivordiplomaroute en die is duidelijk aangeslagen, komend jaar gaan we deze dienstverlening in meer marktsegmenten inzetten.

Ik ben trots op ons ROC, op de kwaliteit van onderwijs die wij met elkaar bereikt hebben, dat is een prima basis om 2016 vol vertrouwen tegemoet te zien.

Aside

Herfstlezing: de natuur als voorbeeld voor samenwerking

Op 12 november was de aula goed gevuld. Gastspreker Erik de Blok, zoöloog en psycholoog, begon de Herfstlezing met een aantal voorbeelden hoe dieren in de natuur zich gedragen, zich aanpassen aan hun omgeving en bovenal met elkaar samenwerken. Met talloze voorbeelden liet hij ons zien dat dieren uitgaan van krachtige principes zoals wat je ziet moet je doen, investeren in elkaars verschillende belangen in plaats van een hoger algemeen belang, geen risicospreiding, maar juist volledig van elkaar afhankelijk zijn. En blozen…… is een teken van eerlijkheid.

Presentatie herfstlezingBasis voor vertrouwen
Je moet elkaar eerst kennen om elkaar te begrijpen. Als je elkaar begrijpt, is er een basis voor vertrouwen. Daaruit kan samenwerking opbloeien. Allemaal stappen op de zogenoemde samenwerkingsladder. Als een van de hiervoor genoemde aspecten niet lukt in de samenwerking, ontstaat er afstand en wantrouwen. Voor de aanwezigen van de Herfstlezing was dit verhaal van Erik zeer herkenbaar, juist omdat het zo dicht bij onze belevingswereld staat. En toch is het tegelijk best moeilijk om er zo onbevangen mee om te gaan.

Praktijklab 3Samenwerking met onze studenten
Na de presentatie van Erik werd de link met ROC Rivor gemaakt en de mogelijkheden om met onze studenten samen te werken. Resultaten van die samenwerking waren in het Praktijklab volop te bewonderen. Een aantal van onze studenten presenteerden daar hun projecten, voorbeelden van samenwerking met het bedrijfsleven en overheid uit de regio. Aron, Bo, Djahmar, Dwayne, Iman, Jimat, Leon, Mel, Laura, Lars, Luuk, Marjolein en Nino, jullie hebben het fantastisch gedaan. Jullie hebben laten zien wat je allemaal als vakkundig MBO student kunt betekenen voor bedrijven!

Opdracht aanmelden?
Voor geïnteresseerden is er natuurlijk een vervolg mogelijk. Heeft u een interessante opdracht voor onze vakkundige en creatieve studenten? praktijklablogo bijgesnedenMeld uw bedrijf of instelling en uw opdracht dan aan bij het Praktijklab door te mailen naar praktijklab@rocrivor.nl. Joris Wanders en Paul Nieuwenhuis, beide coördinatoren van het Praktijklab, zien uw bericht graag tegemoet.