Afbeelding

Talent in Rivierenland

Onlangs ontving ik een bericht met daarbij foto’s van het Talent Event Rivierenland 2017, dat op 13 april bij ROC Rivor in huis werd georganiseerd. De aanleiding: een volop bewegende arbeidsmarkt in Rivierenland. Het idee: breng vraag en aanbod van werk bij elkaar en faciliteer allerlei mogelijke ontmoetingen om talent te matchen. Zo komen werkgevers die talent zoeken in contact met studenten, schoolverlaters werkzoekenden en werknemers met elkaar in contact.  En wat begon als een interessant idee groeide al snel – op een zeer positieve manier – uit de hand. Meer dan 60 werkgevers presenteerden zich met een stand, er waren speeddate mogelijkheden en workshops op het gebied van presentatie en persoonlijke ontwikkeling. Ruim 650 bezoekers bezochten het event, legden contacten, maakten kennis met interessante werkgevers en in sommige gevallen werd de match al die middag gemaakt.

Logo Talent Event RivierenlandEen Talent Event, ontmoetingen met talenten, het past één op één bij de visie die het ROC heeft: aandacht voor jouw ambitie. Immers, in iedere bezoeker, student, schoolverlater, werkende of werkzoekende, schuilt talent. Het is echter de kunst om oog te krijgen c.q. te hebben voor wat iemands hart sneller laten kloppen, waar de echte passie ligt en daarmee haar/zijn talent.

Mensen kunnen excelleren op allerlei gebieden: van sport tot wetenschap, van dansen tot gamen, enzovoorts. Ongeacht het gebied is het van belang meer focus te krijgen op wat je boeit. Dat begint bij je eigen motivatie als drijvende kracht om ergens aan te beginnen en het omgaan met uitdagingen in de overtuiging (nieuwe) taken onder de knie te krijgen. De hoeveelheid tijd die in een oefening (training) wordt besteed en de kwaliteit van de oefening zijn in hoge mate bepalend voor het uiteindelijke niveau dat je kunt bereiken. Om ergens heel erg goed in te worden, of dat nu wiskunde, Frans, schaken, dansen, vioolspelen of voetballen is, moet je zo’n 10.000 uur trainen. Talent is dus wel een voorwaarde, maar geen garantie voor succes. Zonder uitzondering zijn topmusici, topsporters, topwetenschappers enz. mensen die duizenden uren hebben getraind om hun talent te ontwikkelen en te onderhouden. Talentontwikkeling is dus ook gewoon hard werken!

Vaak wordt gedacht dat topprestaties uitsluitend een persoonlijke verdienste zijn. Niets is minder waar: veel is afhankelijk van wat je aan steun krijgt van je omgeving, ouders, docenten, vrienden, (toekomstige) collega’s, die mede tijd investeren in jouw talent. Zij spelen een belangrijke bij het scheppen van een veilige omgeving, hard werken en het stimuleren van doorzettingsvermogen.

En dat geldt niet alleen voor een schoolomgeving, zoals bij het ROC, maar dat geldt in even sterke mate voor de bedrijven waar talent d.m.v. een leven lang ontwikkelen kan worden ondersteund. En daarom is een Talent Event in Rivierenland zo van belang: het is een ideale plek dat potentieel talent stimuleert elkaar te ontmoeten. Het is een prima plek om tegen elkaar te zeggen: wij hebben aandacht voor elkaars ambitie, en daarmee wordt het event een plek van verbinding en samenwerking.

De prachtige risico’s van onderwijs

Op donderdag 2 februari rijd ik vol verwachting naar het regiokantoor van Rabobank West Betuwe in Geldermalsen. Vier van onze studenten (Commercieel medewerker, niveau 3) gaan daar de bevindingen presenteren van hun onderzoek naar hoe jongeren bankieren. Bij aankomst word ik naar een mooie, grote vergaderzaal gebracht. De studenten hebben zich geïnstalleerd, alle spullen staan klaar en ze kunnen dus al hun aandacht geven aan het ontvangen van de toehoorders. Dat is een mooi publiek: een aantal managers en medewerkers van de bank, de docent en begeleider van ROC Rivor. Er is een gezonde spanning voelbaar. Bij de studenten; want deze presentatie is toch wat anders dan in een schoolomgeving voor je klasgenoten staan. Maar ook bij het publiek; wat mogen wij verwachten?

Na een korte voorstelronde en een toelichting op de taakverdeling gaat de presentatie van start. Al snel is niets meer te merken van de eerdere spanning. De kennis en ervaring die de studenten tijdens het onderzoek hebben opgedaan, komen prima tot hun recht in de gepresenteerde slides. Maar liefst 500 respondenten uit de beoogde doelgroep hebben input gegeven. In het onderzoek is gebruik gemaakt van Facebook en van de app Kahoot, waarmee de jongeren op hun smartphone ‘spelend’ hun antwoorden hebben gegeven. Antwoorden op actuele vragen als: Hoe bankieren jongeren? Wat vinden ze belangrijk bij de keuze van een bank? En wanneer switchen ze? Alle antwoorden worden met onderzoeksdata toegelicht. De vragen die bij de toehoorders opborrelen worden door de studenten adequaat beantwoord en in een levendige discussie komen nog meer -belangrijke- aspecten naar boven.

Ik zit te genieten. Zijn hier echt mbo-studenten aan het werk? Ja, natuurlijk zijn het echt onze ROC Rivor-studenten die daar staan. Maar ik zie ook een prestatie die je met evenveel gemak kunt verbinden aan wat je van een hbo’er kunt verwachten. Het is een voorbeeld van wat er gebeurt als je in een onderwijsomgeving ruimte laat voor de praktijk én je studenten het vertrouwen geeft dat ze zaken op hun manier mogen aanpakken. Daarmee krijgt het begrip “Aandacht voor jouw ambitie” een geweldige inhoud. Bovendien maak je op deze manier van de regio de school, of van de school de regio.

Echter, het mooiste gedeelte komt nog. Bij het presenteren van de aanbevelingen, ontstaat er onder de toehoorders een intensieve uitwisseling van gedachten en ideeën. Ze opperen verschillende manieren waarop de Rabobank acties zou moeten ondernemen richting de bankierende jeugd. Daarop volgt een -in mijn ogen- schitterende reactie, die de volwassenheid van deze studenten typeert. Op zich zijn de door de bankmedewerkers geopperde ideeën ‘Wel leuk’, maar ze passen niet zo bij de beoogde doelgroep, aldus onze studenten. De bedachte hulpmiddelen en kanalen zijn niet die van de jongeren; het zijn oplossingen van een andere, oudere generatie. Op zich niet erg, maar als je voor jongeren iets wilt doen en betekenen, moet je ook naar andere vormen durven kijken, buiten de bekende paden, stellen ze. Voor mij (en ik denk ook voor anderen) voelde het als een wake-up call. Probeer je in die ander te verplaatsen. Wat denkt hij/zij? Wat wordt belangrijk gevonden en hoe kan ik daar gevolg aan geven in de wereld van de ontvanger? Ik realiseerde me dat dit nog niet zo eenvoudig is, want hoe kom je los van je eigen ‘IK- perspectief’ en verplaats je je echt in de ander?

Voor mij was de bijeenkomst een voorbeeld van wat onderwijsfilosoof Gert Biesta ‘Het prachtige risico van onderwijs’ noemt. De presentatie was al een cadeau, maar wat er in het praktijkleren ter plaatse ontstond, was minstens zo belangrijk om onze studenten voor te bereiden op hun deelname aan de maatschappij.

 

Afbeelding

Open Spaces brengen dynamiek in Rivierenland

‘s Morgens vroeg op weg naar het werk. Niemand heeft daarbij de bedoeling om onderweg een file te veroorzaken en toch overkomt het ons met enige regelmaat. Is het niet bijzonder te constateren dat deze door collectief gedrag ontstaat? Wat we van te voren bedenken komt er aan het eind niet uit en wat er gebeurt wordt niet door één partij ‘gemanaged’.

In organisaties is het niet anders. Als individuele professionals zien we de wereld om ons heen veranderen. We zijn ons bewust van de trends die ons werk beïnvloeden en realiseren ons dat we daarin moeten meebewegen. Niemand weet van te voren wat het wordt en óf het wat wordt. Veel dilemma’s en paradoxen lossen we al doende wel op (gebruikmakend van elkaars ervaring). Soms zien we verbazingwekkende acceleraties, soms traagheid en stroperigheid. Ook hier ‘managet’ niet één partij de ontwikkeling, al heeft het daar soms de schijn van. In mijn beleving ligt een belangrijke oorzaak van ‘onvoorspelbare uitkomsten’ in de manier waarop veranderingen worden aangepakt. Te vaak bedenkt een kleine groep mensen (in de top) een nieuwe koers, die door iedereen moet worden gevolgd. In die aanpak wordt weinig tot geen gebruik gemaakt van bestaande kennis in de organisatie.

De afgelopen weken heb ik een aantal voorbeelden gezien hoe het ook kan. Op de Herfstlezing van ROC Rivor konden bezoekers na een korte plenaire inleiding zelf ideeën inbrengen. Maar liefst zeven ideeën werden ingebracht. De initiatiefnemers kregen een flipover ter beschikking, andere deelnemers mochten meedenken over het idee dat hen het meeste aansprak en het vervolgens aanvullen. De geboden ‘Open Space’ hielp de initiatiefnemers hun ideeën vrij naar voren te brengen en in nog geen uur tijd werden deze aangevuld met de ervaring en kennis van anderen.

Nog geen week later vond een werkconferentie voor logistiek plaats. Het doel was de bedrijvigheid en het vestigingsklimaat verder te versterken middels een kwalitatief goede arbeidsmarkt met een goede match van ondernemers, onderwijs en talenten. Ondernemers en vertegenwoordigers van overheid en onderwijs werkten samen aan vier initiatieven en staken hun vinger op om aan een vervolg mee te mogen werken.

In diezelfde week vond in het Toverbaltheater in Druten een grote bijeenkomst plaats waar burgers hun lokale initiatief over leefbaarheid – de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de menselijke behoeften – konden presenteren. Burgers uit dorpen in Rivierenland zijn aan de slag gegaan en hebben de hun geboden ruimte benut voor een diversiteit aan activiteiten.

In alle drie de bijeenkomsten bespeurde ik passie en energie bij de betrokkenen. Binnen globaal aangegeven doelen en slechts enkele randvoorwaarden bleek iedereen bereid om ervaring te delen en kennis in te brengen. Op die manier krijgt de toekomst een onverwachte, breed gedragen invulling. De ideeën en initiatieven zijn continu ‘doorstroomd’ met gebeurtenissen en andere ontwikkelingen die onverwacht nieuwe kansen bieden of obstakels oproepen. Kleine initiatieven kunnen disproportionele gevolgen hebben. Geen gemanaged punt op de horizon, dat is te mechanisch. Nee, meer een gebied op de horizon, waarin iedereen kleur mag bekennen.

Volgens mij willen mensen best veranderen, maar zij willen niet veranderd worden. Waar een Open Space al niet goed voor kan zijn!

Afbeelding

De ‘stond’ van het onderwijs

In april presenteerde het ministerie van OCW het rapport “de Staat van het Onderwijs”. De belangrijkste conclusie uit het rapport (in elk geval de enige die het nieuws haalde) was, dat de verschillen in kansen voor deelnemers de laatste jaren zijn toegenomen. In hoofdlijnen zijn vijf onderwerpen nader uitgewerkt: het niveau van het onderwijs, onderwijskansen, veiligheid en schoolklimaat, passend onderwijs en sturing op kwaliteit.

staatvanhetonderwijsHoge mate van rationaliteit
Wat direct opvalt, is de hoge mate van rationaliteit van de binnen deze onderwerpen behandelde factoren. Veel statistiek, altijd gebaseerd op gemiddelden voor alle scholen, en nogal gericht op prestatiekenmerken.

Gevaar van deze aanpak
Het gevaar van een dergelijke aanpak is tweeërlei.

Op de eerste plaats zal vrijwel geen enkele school zich herkennen in een landelijk gemiddelde, dus de voor de hand liggende vraag is: Wat is de positie van onze school en wat is een logische lokale vervolgactie?

Op de tweede plaats – veel belangrijker in mijn ogen – is de volstrekte eenzijdige kijk op rationele, functionele aspecten vervat in prestatie-indicatoren. Op geen enkele wijze wordt aandacht geschonken aan sociaal emotionele aspecten en contextfactoren, die in elke vorm van onderwijs orde van de dag zijn. De beleving van de docerende professional, de leerervaringen van deelnemers en andere belangrijke aspecten van onderwijs, zoals het voorbereiden van deelnemers op de maatschappij zijn mede bepalend voor de uitkomst van het onderwijsproces.

Gaat het nog wel over kwaliteit?
Het Nederlandse onderwijsniveau was en is hoog, maar het verschil met andere landen wordt steeds kleiner, vermeldt het rapport. Geen wonder, door het accent alleen te leggen op de prestatie-indicatoren, de rationaliteit van het onderwijs, stuur je de professionals – noodgedwongen – in een bepaalde richting. En – als een logisch gevolg daarvan – ga je, of je wilt of niet, sturen waarop je afgerekend wordt.

Zelfs het hoofdstuk over kwaliteit gaat inhoudelijk niet over kwaliteit! Of, ja toch: “er is weinig verbetering in kwaliteit van de lessen omdat leraren onvoldoende in staat zijn om per leerling de juiste lesstof aan te bieden”. Geen wonder, door alle bureaucratie is de lerares/ leraar meer bezig met administratie en verantwoording dan waar hij/zij voor is opgeleid. En dat terwijl een mogelijke oplossing voor het oprapen ligt.

Gebruik de expertise van de professionals
Geef de professional meer zeggenschap over de inrichting en de kwaliteit van de lesstof en betrek hem/haar bij de organisatie van het onderwijs en de daarmee verbonden processen van (sociale) zorg. Gelukkig maken we daar bij ROC Rivor werk van en gebruiken we de expertise van onze vakbekwame professionals. Maak meer, of moet ik zeggen weer, gebruik van het vakmanschap dat de professional kenmerkt. Daarmee wordt de ‘staat’ van het onderwijs snel de ‘stond’ van het onderwijs. Een ware professional zal mij daarbij niet alleen wijzen op de interessante structuuraspecten (de syntax), maar juist ook op de relevante betekenis (de semantiek) van dit speelse taalgebruik. Kijk, dat is wat ik bedoel met vakmanschap.

En daar waar de professional zich verantwoordelijk weet voor de kwaliteit van het onderwijs, komt het met die prestaties vanzelf goed. Het één is een logisch gevolg van het ander, daar ben ik van overtuigd!

—————————
De Staat van het Onderwijs”, hoofdlijnen uit het Onderwijsjaarverslag 2014/2015, Inspectie van het Onderwijs, Nederland

Afbeelding

Kiezen voor kwaliteit bij ROC Rivor in Regio Rivierenland

ROC Rivor scoort hoog in de zojuist verschenen Keuzegids MBO 2016. In de landelijke lijst van de beste MBO’s bezet ROC Rivor een vijfde plaats, wederom het beste ROC van Gelderland. ROC Rivor kiest al jaren bewust voor kwaliteit van onderwijs. Dat betekent niet alleen het kwalificeren van deelnemers, maar ook het socialiseren en vormen van jonge mensen. ROC Rivor, geen enkel ROC overigens, is geen bedrijf, maar een onderwijsinstelling die gericht is op kwaliteit en niet -in eerste instantie– op kwantiteit.

Onderwijs anno 2016 gaat niet alleen over meten
In zijn boek “Het prachtige risico van onderwijs” houdt Gert Biesta een pleidooi voor dit 9200000036607619[1]-ons soort- onderwijs. Wij kunnen onderwijs niet begrijpen als een hard, productie-achtig proces, maar zoals hij dat noemt als een zwak, existentieel proces, waarin andere aspecten dan prestatie-indicatoren een rol spelen. Onderwijs anno 2016 is –als je niet oppast– vooral een kwestie van presteren geworden, een zaak van toetsen, cijfers, output, van volgen en verantwoorden. Ongeacht de manier waarop “de meettechniek” van vorm zal veranderen, van een geheel transparant, meetbaar en planbaar proces met gewilde en gewenste uitkomsten zal nooit sprake zijn. En dat is maar goed ook!

In ons onderwijs ontwikkelen we de wilskracht en keuzeverantwoordelijkheid van alle deelnemers, zodat ze straks op een verantwoorde manier deel kunnen nemen aan de maatschappij. Wij zijn bezig met mensen die een ambitie hebben. En wij helpen om die ambitie waar te maken. Dat vraagt om docenten én staf die de inhoudelijke richting bepalen én de manier waarop die wordt aangeboden. Dat vraagt om het bieden van een perspectief, dat past bij die ambitie en inhoud, een vrijheid in gebondenheid.

Samenwerking in de regio
Met bestaande en nieuwe partners (en dat zijn bedrijven, instellingen en scholen) bespreken we hoe we regionale speerpunten kunnen oppakken en samenwerking en co-creatie praktisch vorm kunnen geven. Er komen steeds meer vragen uit de regio op ons af om samen te werken. ROC Rivor gaat de praktijk georiënteerde vormen van omgekeerd leren verder uitbouwen, de ondernemerszin van studenten wordt verder gestimuleerd en zij krijgen extra bagage mee voor ondernemerschap, bijvoorbeeld met ontwikkeld materiaal voor projectmatig werken in het kleinbedrijf. Er is geïnvesteerd in Rivordiplomaroute en die is duidelijk aangeslagen, komend jaar gaan we deze dienstverlening in meer marktsegmenten inzetten.

Ik ben trots op ons ROC, op de kwaliteit van onderwijs die wij met elkaar bereikt hebben, dat is een prima basis om 2016 vol vertrouwen tegemoet te zien.