Ondernemend onderwijs ten behoeve van vakmanschap in Rivierenland

Deze week ontving ik de resultaten van een onderzoek over “de toekomst van vakmanschap”, uitgevoerd door M. Buisman en R. van der Velden (2017). In het document worden grofweg twee dimensies onderscheiden: ‘specialistische versus bredere’ en ‘routinematige versus complexere’ vormen van vakmanschap.

In het onderzoek is vakmanschap opgedeeld in drie gebieden:
1. Kennis die bij het beroep hoort (materialen, technieken en context);
2. Persoonsgebonden kenmerken (b.v. vermogen tot aanpassing, klantgerichtheid, ondernemerschap);
3.Kenmerken die aan de sector zijn gebonden.

Meer werkgelegenheid in het mbo
Een opmerkelijk resultaat uit het onderzoek is dat in de afgelopen twee decennia de werkgelegenheid voor alle mbo-beroepen is toegenomen. Specialistisch opgeleide vakmensen hebben de beste baankansen (relatief veel werkzekerheid) en aantrekkelijk werk. Een goede aansluiting tussen de mbo-opleiding en het werkveld loont. De vraag naar zowel breed opgeleide als specialistische mensen zal de komende jaren alleen maar toenemen. Bovendien zijn specialisten van cruciaal belang voor het meeveranderen van het vak en het creëren van nieuwe banen. Op de vraag hoe om te gaan met een snel veranderende omgeving kwam duidelijk naar voren dat algemene vaardigheden van belang zijn, zoals taal en rekenen, maar ook probleemoplossend vermogen, zelfstandigheid, werken in teamverband en ondernemerschap.

Generiek of specialistisch opleiden
In eerste instantie leek mij dit goed nieuws. Echter, de oplossingsrichting heeft toch wel een aantal bedenkelijke kanten. Eén van de uitgangspunten is dat je al deze aspecten in een opleiding moet stoppen, waardoor er spanning ontstaat op het invullen van de beschikbare tijd. Moet je nu generiek of meer specialistisch opleiden? Een ander uitgangspunt is dat er een goede balans moet zijn tussen kennis verwerven en ervaring opdoen, immers het mbo moet wel leveren aan de arbeidsmarkt. En een laatste, toch wel bijzonder, uitgangspunt is dat dat allemaal in initieel leren, het liefst ook in een nominale tijd zou moeten gebeuren.

Door aan het bestaande systeem, initieel leren, vast te houden en eigenlijk weinig of geen aandacht te besteden aan leren nadat je ´van school af bent’, ontstaat er een ongemakkelijke situatie, die veronderstelt dat je zou moeten kiezen tussen het een of het ander.

Flexibel onderwijs
Het rapport eindigt met de vraag om nieuwe vormen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Jammer, want er zou zo maar een hoofdstuk aan toegevoegd kunnen worden met tal van voorbeelden, waarbij momenten van het volgen van onderwijs flexibeler aansluit bij de persoonlijke ontwikkeling van mensen als ze dat nodig hebben. En dat kan op school of daarna gecombineerd met gezin en/of werk. Dat vraagt om ondernemerschap in het onderwijs zelf én de mogelijkheid om dat ondernemend handelen ook de ruimte te geven.

Investeren in ondernemend gedrag
In Rivierenland zijn diverse initiatieven, die invulling geven aan het leven lang ontwikkelen. Zo is er het project “Ondernemend Rivierenland” waarin geïnvesteerd wordt in ondernemend gedrag en ondernemerschap. In elk beroep zijn dit noodzakelijke ingrediënten voor groei en innovatie in een samenleving (M. van Praag, Ondernemerschap en Onderwijs, 2016). Lerenden en werkenden moeten creatief blijven om nieuwe waarde te creëren. Zij zijn in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor de investeringen in hun eigen loopbaan. Dit betekent naast investeringen in expertise voor specifieke taken ook investeringen in ondernemende vaardigheden, ondernemerschap en samenwerking in nieuwe contexten om nieuwe taken te realiseren (Voor de Zekerheid, WRR, februari 2017).

Breder opgeleid op niveau 2
Een ander initiatief is het project ‘Mbo 2 brede dienstverlening’, waar mensen niet opgeleid worden in één specifiek domein, maar veel breder waardoor hun inzet op veel meer terreinen mogelijk is. Simpel gezegd: bedden opmaken kun je in een hotel, maar ook in een ziekenhuis. En zo zijn er veel meer taakaspecten die op meerdere plaatsen kunnen worden ingezet.

Veel mogelijkheden
Het bijzondere van deze initiatieven is dat zij zich niet beperken tot een jeugdige leeftijdsgroep en helemaal niet tot alleen initieel onderwijs. Door het onderwijs in kleinere eenheden (modules) aan te bieden, is het mogelijk tot een aanbod te komen dat meer is toegesneden op de vragende partij, of deze nu initieel leert en/of werkt. Door de plaats van leren niet te beperken tot de school, maar liever de regio tot school te verheffen, blijken er tal van mogelijkheden te zijn om onderwijs en praktijk bij elkaar te brengen.

Door niet meer in het systeem van initieel leren te denken ontstaan er tal van mogelijkheden om leren en werken te combineren in een andere doorlooptijd. Natuurlijk is er dan nog steeds een startniveau, zodat je in het bedrijfsleven aan de slag kunt. Maar waarom zou je direct moeten doorleren of als je werkt niet meer parallel (permanent) kunnen leren? En als al die veranderingen om ons heen gebeuren, waarom zou je dan stoppen met leren, zeker als dat laagdrempelig wordt aangeboden en ook nog eens passend gemaakt kan worden met je baan en/of gezin?

De eerste initiatieven zijn veelbelovend. Daarbij is niet zozeer de vraag wat de toekomst is van vakmanschap, maar meer; durven onderwijs en bedrijfsleven ondernemend te zijn in nieuwe vormen van samenwerking!

Aside

Herfstlezing: de natuur als voorbeeld voor samenwerking

Op 12 november was de aula goed gevuld. Gastspreker Erik de Blok, zoöloog en psycholoog, begon de Herfstlezing met een aantal voorbeelden hoe dieren in de natuur zich gedragen, zich aanpassen aan hun omgeving en bovenal met elkaar samenwerken. Met talloze voorbeelden liet hij ons zien dat dieren uitgaan van krachtige principes zoals wat je ziet moet je doen, investeren in elkaars verschillende belangen in plaats van een hoger algemeen belang, geen risicospreiding, maar juist volledig van elkaar afhankelijk zijn. En blozen…… is een teken van eerlijkheid.

Presentatie herfstlezingBasis voor vertrouwen
Je moet elkaar eerst kennen om elkaar te begrijpen. Als je elkaar begrijpt, is er een basis voor vertrouwen. Daaruit kan samenwerking opbloeien. Allemaal stappen op de zogenoemde samenwerkingsladder. Als een van de hiervoor genoemde aspecten niet lukt in de samenwerking, ontstaat er afstand en wantrouwen. Voor de aanwezigen van de Herfstlezing was dit verhaal van Erik zeer herkenbaar, juist omdat het zo dicht bij onze belevingswereld staat. En toch is het tegelijk best moeilijk om er zo onbevangen mee om te gaan.

Praktijklab 3Samenwerking met onze studenten
Na de presentatie van Erik werd de link met ROC Rivor gemaakt en de mogelijkheden om met onze studenten samen te werken. Resultaten van die samenwerking waren in het Praktijklab volop te bewonderen. Een aantal van onze studenten presenteerden daar hun projecten, voorbeelden van samenwerking met het bedrijfsleven en overheid uit de regio. Aron, Bo, Djahmar, Dwayne, Iman, Jimat, Leon, Mel, Laura, Lars, Luuk, Marjolein en Nino, jullie hebben het fantastisch gedaan. Jullie hebben laten zien wat je allemaal als vakkundig MBO student kunt betekenen voor bedrijven!

Opdracht aanmelden?
Voor geïnteresseerden is er natuurlijk een vervolg mogelijk. Heeft u een interessante opdracht voor onze vakkundige en creatieve studenten? praktijklablogo bijgesnedenMeld uw bedrijf of instelling en uw opdracht dan aan bij het Praktijklab door te mailen naar praktijklab@rocrivor.nl. Joris Wanders en Paul Nieuwenhuis, beide coördinatoren van het Praktijklab, zien uw bericht graag tegemoet.